Interviews & artikelen

Wie was Frits Deen, de man achter de intekenlijst in 1913?

Wie was Frits Deen, de man achter de intekenlijst in 1913?

door Norman Schreiner (1962) en Kees Vermeer (1966)

Op zaterdag 8 november 1913 opent de toenmalige Nederlandsche Handels-Hoogeschool (NHH) haar poorten. In het Geschiedenisboek "11.12.13: 100 jaar RSC" (waarin een eeuw Rotterdamsch Studenten Corps staat beschreven) lezen wij dat twee weken later - op vrijdag 21 november 1913 - een aantal studenten de Sociëteit Walhalla opricht. En dat ruim een week later - op maandag 1 december 1913 - het sociëteitslid F.E. Deen een lijst laat circuleren waarop de Walhallaleden kunnen intekenen indien zij de oprichting van een Corps voorstaan. Deen belegt een vergadering op donderdag 11 december 1913 alwaar deze handtekeningenplaatsers bijeenkomen en instemmen met het voornemen. Aldus worden 26 studenten op deze datum lid. De handtekeningen van deze 26 prijken op de afbeelding die hiernaast wordt getoond. Deze heeren van het eerste uur zijn:

In de eerste kolom, van boven naar beneden: 
Rudolf Otto van Holthe tot Echten, Johan Frederik Wijers, Haye Bernard Harkema, Jacques Bloemgarten, Victor Roland Los van Aarlanderveen, Antoine Marinus Sunderman, Gustav Brackel, Daniel Johannes von Balluseck, Hendrik Matthias Johannes Fein, Frederik Willem Gerard Leeman, Jan Fresemann Vietor, Adolf Richard Becker, Antonie Hermanus de Jongh, Sytze Eduard Hocke, J.W. van Noorden, 

In de tweede kolom, van boven naar beneden:
Arend Berends, Gijsbertus Marinus Witkamp, (vermoedelijk:) Cornelis Johannis van Vessem, Willem Egbert Kroesen, Frederik Emile Deen, Willem Abraham van Laer, Johannes Hendrikus Maat, Adrianus Antonius Maria van Weerelt, (doorgestreept,maar alsnog schriftelijk aangemeld:) Gerhard Adolf Heinrich Wiebols, Johan Jacob Sieburgh, Johannes Casparus Binkhorst Maaldrink, Samuel Dunlop.

Na verdere aanmelding in de loop van het collegejaar neemt het ledental van dit Jaar 1913 uiteindelijk toe naar 47. We zouden F.E. Deen als de initiatiefnemer voor oprichting van het Rotterdamsch Studenten Corps kunnen beschouwen.

De eerste Senaat wordt op 11 december 1913 tevens gekozen en op de dag erna worden de functies vastgesteld:

J. Fresemann Viëtor, President
W. A. van Laer, Secretaris
A.H. de Jongh, Penningmeester
F.E. Deen, Vice-President
A.R. Becker, 2e Secretaris

Deen gaat deel uitmaken van de Oprichtingssenaat, in de functie van Vice-President. Later, na de wettelijke verenigingsstatus van het RSC, wenst de Algemene Ledenvergadering de Senaat echter ook officieel te kiezen en te benoemen. Tijdens de senaatsverkiezing van 5 mei 1914 werd Deen echter niet herkozen, en wordt niet opgenomen in deze officiële Senaat. Mogelijkerwijs zou te het te wijten zijn aan een neiging tot partijvorming, "welke zoo ongemerkt was ontstaan". In de Almanak 1915 staat een cryptisch varium afgedrukt dat kennelijk op hem betrekking heeft:

D..n
"Oui, tantôt tu seras honoré et tantôt meprisé" - Sènay

Deen loopt vrij lange tijd rond bij het RSC, terwijl de studie aan de NHH in die tijd slechts twee jaar bedraagt. In de Almanak 1920 staat hij zelfs als 7e-jaars vermeld. In de Almanak 1921 en de daaropvolgende almanakken staat hij niet meer opgenomen. Of hij zijn studie in Rotterdam heeft voltooid, is nergens vermeld en niet te achterhalen. Hij studeert tussentijds in Leiden, want hij schrijft zich op zaterdag 16 oktober 1915 in als student Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden. Hij wordt lid van het Leidsch Studenten Corps (LSC) en houdt zijn lidmaatschap van het Rotterdamsch Studenten Corps aan. Het is niet duidelijk of hij bij zijn entree in het LSC een zogeheten 'kennismaker' is of dat hij een groentijd doorloopt. Almanakken van het LSC van die tijd tonen niet dat hij binnen het LSC functies heeft vervuld. Ook staat zijn naam in de Leidse Almanakken nergens opgenomen in lijsten van geslaagden voor het kandidaats of doctoraal examen. Van universiteitswege is niet na te gaan of hij in Leiden is afgestudeerd. Waarschijnlijk is de conclusie gerechtvaardigd dat hij - evenals in Rotterdam - ook in Leiden niet is afgestudeerd.

Wie was F.E. Deen? Wat was zijn achtergrond?

Frederik Emile (roepnaam: Frits) Deen wordt geboren in Amsterdam op 28 mei 1892 als derde en laatste kind, op het adres van een nichtje, Esther Wolff, aan de Weteringschans. Zijn vader, Isaak Isidoor Deen, was geboren in Tilburg op 16 januari 1857, beroep "koopman", en stamt uit een fabrikantenfamilie. De familie komt dus oorspronkelijk uit Tilburg. Vader Isaak Isidoor Deen (roepnaam Isidoor) trouwt op 12 december 1882 met moeder Louise Mathilda Bottenheim (roepnaam: Lewisa), geboren in Amsterdam in 1853. Louise's vader Salomon Bottenheim was "weefgoederenfabrikant" - getrouwd met Jansje Wolff - en later "directeur van een stoomspinnerij". Deze grootouders Bottenheim bewonen Herengracht 408 te Amsterdam, een niet onaanzienlijk grachtenhuis met veel personeel.

Het eerdergenoemde nichtje Esther Wolff doet in Amsterdam de aangifte van de geboorte van Frits en als getuigen zijn aanwezig: zijn vader Isaak Isidoor Deen en zijn grootvader van moederszijde Salomon Bottenheim. Frits heeft één ouder zusje Joanna Pauline (geboren in 1883) en één oudere broer Maurits Joseph (geboren in 1888). Deze beide oudere kinderen waren ook in Amsterdam geboren. Echter, één maand na de geboorte van Frits verhuist het gezin Deen met hun drie kinderen van Amsterdam naar Tilburg.

Frits heeft zijn eerste zeven levensjaren dus doorgebracht in Tilburg. Hierna, op 23 november 1899, vertrekt het gezin Deen vanuit Tilburg echter weer terug naar Amsterdam. Daar woont het gezin tot circa 1911 op een tweetal adressen in Amsterdam: aan de Weteringschans en de Paulus Potterstraat.

Vader Isaak Isidoor Deen overlijdt op 15 maart 1910, op de leeftijd van 53. In die tijd wonen het oudere zusje Joanna Paulina (toen 26 jaar) in Berlijn en de oudere broer Maurice Joseph (toen 22 jaar) studeert in Aken. Frits is in Amsterdam dan bijna 18 jaar oud. Negen maanden later, op 28 december 1910, vertrekt hij naar Fulham, Londen, vermoedelijk om in de leer te gaan als koopman-in-spe, zoals gebruikelijk was in die tijd. Op 27 maart 1911 verhuist zijn moeder - inmiddels een jaar weduwe - naar de Van Lennepweg 61 te Den Haag. Volgens de bevolkingsadministratie vestigt Frits zich "komende uit Londen" op 8 december 1913 op hetzelfde adres. Hieruit is af te leiden dat hij - tot aan zijn studententijd - vermoedelijk drie jaar in Londen heeft vertoefd. Oudere broer Maurits had inmiddels in 1912 aan de Konigliche Technische Hochschule in Aken zijn studie Bergbau (Mijnbouw) voltooid en zijn ingenieursexamen afgelegd.

Navraag, eind januari 2014, bij een archivaris van de Erasmus Universiteit Rotterdam laat zien dat Frederik Emile Deen, geboren 28 mei 1892, in 1913 wordt ingeschreven in de registers van de toenmalige Nederlandsche Handels-Hoogeschool (NHH). In één van de foto-opnamen van het inschrijfboek is te lezen: "Was reeds werkzaam in het petroleumbedrijf en het bankwezen." In een andere foto-opname is te lezen: "Eindexamen HBS 3 j. + Handelsschool Amsterdam 1910. Getuigschrift uitgereikt 15 Dec 1913." Curieus is dat hij het getuigschrift van de Handelsschool Amsterdam kennelijk pas krijgt uitgereikt vier dagen nadat het RSC officieel was opgericht.

Hij heeft bij zijn aankomst bij de NHH in Rotterdam in 1913 reeds de leeftijd van 21. Dit is niet een gevolg van het vervullen van militaire dienstplicht. Ofschoon de dienstplicht in Nederland al werd ingesteld in 1810, is uit het digitale Militieregister af te leiden dat hij op 19 oktober 1911 wegens "lichaamsgebrek" (oogproblemen) werd afgekeurd voor militaire dienst.

Volgens de adreslijsten in de RSC-almanakken 1915 tot en met 1920 staat zijn ouderlijk huis gedurende zijn gehele studententijd in Scheveningen. Hij woont samen met zijn moeder aan de Van Lennepweg 61 (het adres waarnaar zijn moeder verhuisde in 1911) en volgens de Bevolkingsadministratie vanaf 16 juni 1915 aan de 1e Rusthoekstraat 13 te Scheveningen. De almanakken maken geen melding van een Rotterdams studieadres van Deen.

De oudere broer Maurits is intussen werkzaam als mijningenieur te Baku. Hij overlijdt echter op 30-jarige leeftijd (10 december 1918) te Moskou "aan Spaansche ziekte".

Wat gebeurt er na de studententijd van Frits? De bevolkingsadministratie van Den Haag toont dat hij op 10 januari 1922 samen met zijn moeder vertrekt naar Bonn, Duitsland. Uit het gemeentearchief in Heemstede blijkt dat hij op zaterdag 19 juli 1924, afkomstig uit Bonn, na ruim 2 jaar weer naar Nederland terugkeert en wordt ingeschreven in Heemstede. In Heemstede woont hij aan de Heerenweg 77a (later, op 22 maart 1961, omgenummerd naar Herenweg 73). Over zijn leven in periode tussen 1924 en 1940 is nog niets gevonden. Ook is niet na te gaan welk beroep hij uitoefent. Vermoedelijk is hij alleenstaand. Het gaat met Frits geestelijk kennelijk niet goed. In 1936 wordt hij "wegens onnoozelheid" onder curatele gesteld van zijn moeder Louisa.

Op 10 juli 1939 overlijdt zijn moeder Louisa Mathilda Bottenheim in Amsterdam, op 86-jarige leeftijd. Haar overlijden wordt ingeschreven in de gemeente Heemstede. Dit kan erop duiden dat Frits samen met zijn moeder op het Heemsteedse adres woonde.

Het lijkt erop dat het met Frits nog steeds geestelijk niet goed gaat. Drie weken later, op woensdag 2 augustus 1939 wordt hij opgenomen in afdeling 3A van 'Het Apeldoornsche Bosch' te Apeldoorn. Dat was gedurende de eerste helft van de 20e eeuw een grote joodse psychiatrische instelling. Zijn oudere zusje Joanna Pauline - toentertijd wonende Lomanstraat 29, Amsterdam - staat op de opnamekaart aangetekend als contactpersoon. Het zou kunnen zijn dat zusje Joanna curatrice van Frits geworden was na het overlijden van moeder Louise. Of Frits daarna tussentijds is teruggekeerd naar Heemstede is niet te achterhalen, maar op zaterdag 17 augustus 1940 - drie maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog - wordt hij uitgeschreven in Heemstede en ingeschreven in Apeldoorn. Hij verblijft in deze psychiatrische instelling 'Het Apeldoornsche Bosch' vervolgens ongeveer 2½ jaar. In de nacht van donderdag 21 januari op vrijdag 22 januari 1943 deporteert de SS daarvandaan 1200 patiënten en 50 personeelsleden naar Auschwitz. Ook Frits Deen wordt vanuit Apeldoorn op 21 januari 1943 overgebracht naar Auschwitz en aldaar op 25 januari 1943 vermoord. Hij is dan 50 jaar oud.

-o-

De  hierna volgende oud-leden danken wij voor hun bijdragen aan deze geschiedschrijving: Bernard Jochems (1947), Bertil) Schuil (1961), Rob Hompes (1962), Gottfried Mildenberg (1963), Maxime Kaplan (1972) en Pieter van de Stadt (1987).


Amber Schothorst (R.V.S.V. 2014)
27apr

Amber Schothorst (R.V.S.V. 2014)

Schouders eronder en wij maken er wat van. Vereniging Walhalla werkt vanuit de kernwaarden: verbinden, kennis delen en teruggeven. Het...

Maurits Grosfeld (R.S.C. 2011)
29mrt

Maurits Grosfeld (R.S.C. 2011)

Ik ga voor impact Vereniging Walhalla werkt vanuit de kernwaarden: verbinden, kennis delen en teruggeven. Het lidmaatschap heeft voor de...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen