Interviews & artikelen

Allan Sedney (1996)

Interview met Allan Sedney (1996)

"Als je deelt, vermenigvuldigt alles"
 
Door Willem-Frederik Metzelaar (1987)
 
Geboren in Amsterdam, maar al vroeg in het leven van Allan verhuizen zijn ouders naar Rotterdam. Als tiener komt Allan terecht op het Libanon Lyceum, een school in de buurt van waar de familie Sedney dan woont. Erik Zevenbergen is dan nog mentor (later schooldirecteur). [Red.: voor de Rotterdammers onder ons. Erik Zevenbergen werd later directeur van Diergaarde Blijdorp]. Na het vwo-eindexamen komt de moeilijke vraag of Allan het Korps Mariniers gaat dienen of gaat studeren. Het leger trekt, totdat Allans vader opmerkt dat schieten misschien heel leuk lijkt, maar dat er ook teruggeschoten wordt. Dat is dan nog niet helemaal doorgedrongen tot het jonge brein. Studeren dus.
 
Een start bij Economie, met de focus op Accountancy. Maar dat blijkt het toch niet helemaal te zijn. Dus hij stopt daarmee. Allan is inmiddels ook gaan roeien bij Skadi en in de ‘jonge acht’ terecht gekomen. De trainingen, wedstrijden en de studie Bestuurskunde aan de EUR waarnaar hij inmiddels is overgestapt, vragen veel tijd. Voor andere zaken is dan geen tijd. De studie Bestuurskunde is een mengeling van Sociologie, Politicologie en Economie. Over belangrijke maatschappelijke vraagstukken moet opeens dieper worden nagedacht: hoe ontstaan armoede en probleemwijken, hoe dragen bestuur en politiek oplossingen aan, hoe komen groepen tot besluitvorming? Omdat er een aantal schoolgenoten van hem een jaar eerder RSC-lid zijn geworden, komt die keuze ook in beeld. Familieleden van Allan zijn in Groningen of Amsterdam gaan studeren en werden daar lid. Allan hoort van alle kanten leuke verhalen en besluit zich aan te melden op Sociëteit Hermes, die toen nog zo heet. “Dat lidmaatschap was een redelijk spontane keuze, maar zeker geen levenslange droom van mij”, merkt Allan droogjes op. Maar wel de basis voor een mooie en actieve studententijd, zo blijkt niet veel later in het gesprek.
 
De groentijd komt als een shock. Allan is vrij naïef, zoals hij dat zelf omschrijft. Hij ontdekt grenzen bij zichzelf die hij nog niet eerder is tegengekomen. Met name door het slaapgebrek wordt de groentijd “best wel erg”. Door toe te passen wat hij tijdens zijn karate en judo beoefening heeft geleerd, diep ademhalen en rust bewaren, rolt hij er doorheen. Later kan hij er de humor wel van inzien. Het is ook de tijd waarin hij leert dat je jezelf niet al te serieus moet nemen en als je te veel in je eigen emotie blijft hangen dat niet de oplossing is.
 
Opmerkelijk is ook dat er nauwelijks spanningen zijn tussen het typisch Nederlandse Corps en de bi-culturele opvoeding die Allan genoten heeft. Beide ouders zijn Surinaams, een gezin dat veel reist, en ouders die hun kinderen zowel een Surinaamse als Hollandse opvoeding geven. Hij past meteen goed in deze setting. Zo komt hij in een leuke jaarclub, Pieper, en in het Keizersnee-dispuut: “In de kern het enige dispuut met Rotterdamse mentaliteit”. Zeg maar het “Feijenoord van het Corps”, aldus Allan, en waarschijnlijk de reden waarom het zo beviel op de vereniging. Allan doet de M&T commissie, tapt in de Bikini Pilsbar en komt niet veel later in het ‘Kader Kroegcommissie’, die ouderejaars nog kennen als het (afgeslankte) ‘Kroegcommissie Bestuur’. Een rol die vooral inhoudt de bewaking van “het kwaliteitsbehoud van de gezelligheid” tijdens zaalavonden. Later zet Allan zich ook nog in als kampcommissaris. Het studeren gaat met horten en stoten, waardoor Allan er zeven jaar over doet.
 
De eerste baan komt voort uit zijn scriptietraject. Allan volgt college bij professor Van Schendelen (politicologie) en de beroemde defensie-expert Ko Colijn (later directeur van Instituut Clingendael). Allan schrijft zijn scriptie over een EU-onderwerp: een PAN-Europese interventiemacht; een rapid reaction force. Iets wat nu opeens weer hoog op de agenda staat. “Ik zag hen toen helemaal niet als de grootheden [Red.: Van Schendelen en Colijn], het onderwerp was gewoon moeilijk en fascinerend en dat was de belangrijkste reden om er onderzoek naar te doen en er over te schrijven”. In het verlengde van zijn scriptie gaat Allan een stage lopen bij het Europese Parlement in Brussel, en komt niet veel later te werken als beleidsmedewerker terecht bij de PvdA op de onderwerpen milieu en gezondheid. Het is een leuke ervaring. Hij leert dat er in dat internationale krachtenveld met zo veel verschillende achtergronden en denkwijzen enige ‘nederigheid’ nodig is; er zijn zo veel waarheden. De beste samenwerkingen komen voort uit multiculturele samenwerkingen, is Allans overtuiging op basis van zijn ervaringen toen. Er zijn geen dominante groepen, sommige mensen zijn iets beter ergens in dan in andere groepen, en niemand heeft altijd de leiding. Het was een bijzondere ervaring om dat van nabij te mogen meemaken.
 
Terug in Nederland gaat Allan aan het werk bij de Nederlandse Spoorwegen, een semioverheidsorganisatie, als trainee. Doordat de NS een grote maatschappelijke functie heeft, constant in het nieuws staat en dit spanningsvelden oplevert, is het ook – wederom – een leuk werkterrein. Als trainee doorloopt Allan de hele organisatie. Van planning, naar communicatie en op een gegeven moment ook bij Human Resources. Daar ontstaat de “liefde voor personeelszaken en mensen”, zoals Allan het noemt. Hij moet dan een advies schrijven over kwaliteit van arbeid en ziekteverzuim, in vergelijking tot meerdere vervoerders. “Dit was de tijd van de ‘vele snorren’, die nog niet helemaal klaar waren voor mijn adviezen”, aldus Allan glimlachend. “Er werkten al best wel veel vrouwen bij de NS onder het rijdend personeel. Ik adviseerde dus crèches, gezien het feit dat de organisatie een van Nederlands grootste eigenaren in vastgoed is. Best een logische gedachte als je onregelmatige werkroosters aan je personeel voorlegt. Maar ik werd nog net niet uitgelachen”. Allan doet veel interviews met lager, midden en hoger kader. En het is boeiend om te leren waarom mensen iedere dag opstaan om naar hun werk te gaan, ondanks de maatschappelijke tegenwind en met letterlijk ‘fluimen op het vest’, zoals bij de conducteurs. Allan ziet een enorm plichtsbesef bij mensen die het maatschappelijke nut inzien van het vervoerssysteem waarvan zij deel mogen uitmaken, en daar hun bijdrage aan willen leveren.
 
In die tijd heeft Allan nog niet eerder een stap richting het executive search-vak overwogen. Maar hij laat op een borrel op de sociëteit die mogelijkheid een keer vallen tijdens een gesprek dat hij daar heeft. Zijn gesprekspartner pikt dat op en Allan wordt uitgenodigd bij Morgan McKinley Recruitment. Zo ontstaat er eigenlijk vrij onverwacht een carrièreswitch en wordt er een commercieel element aan zijn werk toegevoegd; dus zowel commercieel als inhoudelijk. Allan bouwt een eigen klantenkring op en stemt vraag en aanbod op elkaar af. Zijn focus verlegt zich naar de financiële sector. “Bij de intake hadden zij ergens ‘accountancy’ gelezen”, vertelt Allan, “zo kwam ik erachter dat cv’s heel slecht gelezen worden!”.  “Zo’n 7 seconden, blijkt uit onderzoek, en zeker toen was ‘de bierfactor’ heel belangrijk. Dat moest en wordt gelukkig ook sterk geëlimineerd tegenwoordig”, aldus Allan. De praktijk van vandaag is meer en meer datagedreven. Amazon bijvoorbeeld, waar zijn partner werkzaam is, zet daarin de toon, en stellen als voorwaarde dat mensen moeten aansluiten bij de acht kernwaarden van de onderneming. Zij laten ook zien dat een opleiding niet de allerbelangrijkste variabele is. Allan, die zich nu als zelfstandig adviseur inzet voor Ernst & Young, ziet dat veel Nederlandse kandidaten nog te veel op die ‘bierfactor’ rekent, terwijl buitenlandse kandidaten zich veel beter voorbereiden. Nederlanders zijn te praktisch, starten veel te laat met voorbereiden en doen aan name dropping. In dat opzicht begint Nederland echt the shire van de wereld te worden [Red.: het kleine dorpje van de ‘Hobbits’ in ‘Lord of the Rings’ waar de wereld volledig aan voorbij lijkt te gaan bij de bewoners].
 
“Nederlanders doen geweldige dingen, maar wij moeten ons wel structureel blijven aanpassen aan de wereld om ons heen en ook niet vergeten om trots te zijn op verworvenheden! De enorme hoeveelheid expats in Amsterdam is hier een voorbeeld van. Dit hoeven niet altijd de beste kandidaten te zijn. Het is allemaal een stuk complexer geworden. Als student zou ik dan ook meteen al in gesprek gaan met campus recruiters. Zij laten je hun wereld zien. Als je kennis deelt, vermenigvuldigt alles, daarom grijp ik ieder moment aan om mensen in mijn omgeving te vertellen wat ik dagelijks leer over mijn klanten. Ik zie dat mensen er hun voordeel mee doen! Heel tof.”
 
Dank je wel Allan voor dit gesprek. Het zal voor oud-leden en voor studenten zeker interessant zijn om meer te weten te komen over het wervingsproces van de grote ondernemingen in onze wereld. Je geeft aan open te staan voor inhoudelijke lezingen aan studenten en oud-leden over dit laatste onderwerp. Ze kunnen je bellen op 06 83697882 .


Isidoor Maljers  (2015)
27jul

Isidoor Maljers  (2015)

Interview Isidoor Maljers  (2015) "Er is in  Kenia een megasnelgroeiende bezorgingsdienstensector ontstaan"    Door Willem-Frederik...

Frans Jan Vergouwen (1986) en Frank Govaert (1985)
29jun

Frans Jan Vergouwen (1986) en Frank Govaert (1985)

Frans Jan Vergouwen (1986) en Frank Govaert (1985) door Willem-Frederik Metzelaar (1987)   In dit interview besteden wij aandacht aan...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen