Vision Zero begint niet bij maatregelen, maar bij waarden
Door Willem-Frederik Metzelaar (1987)
Het aantal verkeersdoden en -gewonden stijgt. Als de samenleving een fabriek zou zijn. was deze al lang gesloten omdat het aantoonbaar te gevaarlijk is. Waarom accepteren wij dat onze kinderen, onze ouders, vrienden, alle anderen, de straat opgaan met een flinke kans niet meer thuis te komen?
Willem-Frederik Metzelaar (1987) is actief als regionaal directeur bij EIT Urban Mobility. Een PAN-Europese organisatie actief in 33 landen. De missie van deze onderneming is het versnellen van de duurzame mobiliteit-transitie. Willem-Frederik overziet de operaties in UK, Ierland, Benelux, IJsland, Scandinavië en de Baltische staten. Hij zoekt actief naar de laatste en beste mobiliteit-technologieën. En overlegt met ministeries, landelijke netwerken en steden hoe die technologie in te zetten.
EIT Urban Mobility stimuleert de markt door derisking stacks te leveren waardoor technologie relatief risicoloos getest kan worden bij en door grote bedrijven, steden of regio’s, wegbeheerders. En EIT Urban Mobility investeert. Vision Zero is een belangrijk onderdeel in die missie. Daarover gaat dit artikel.
Wanneer we over verkeersveiligheid praten, gaat het gesprek opvallend snel over maatregelen. Over fietshelmen, maximumsnelheden, handhaving, veilige kruispunten, rijhulpsystemen en campagnes. Allemaal kunnen ze zinvol zijn. Maar door meteen over maatregelen te praten, slaan we een fundamentelere vraag over: welke waarden willen we dat ons mobiliteitssysteem vertegenwoordigt?
Want voordat we bepalen wat we gaan doen, zouden we eerst moeten bepalen wat we belangrijk vinden.
Dat is de essentie van Vision Zero.
Is een verkeersdode onvermijdelijk?
Vision Zero vertrekt vanuit een zowel eenvoudige als radicale gedachte: niemand zou moeten overlijden of ernstig gewond moeten raken doordat hij of zij zich verplaatst. Toch behandelen we verkeersslachtoffers nog te vaak als een bijna onvermijdelijke prijs van mobiliteit. We rijden miljarden kilometers, dus er gebeuren ongelukken. We proberen het aantal slachtoffers te verminderen, maar helemaal voorkómen kunnen we ze niet.
Vision Zero draait die redenering om. De vraag is niet hoeveel verkeersslachtoffers statistisch acceptabel zijn. De vraag is waarom we een systeem accepteren waarvan we weten dat menselijke fouten tot de dood of levenslang letsel kunnen leiden. Daarmee verandert verkeersveiligheid van een technisch vraagstuk in een waardenvraagstuk.
Kijk er eens naar als ouder
Misschien is dat wel het merkwaardige aan veel discussies over verkeersveiligheid. Mensen die professioneel grote verantwoordelijkheid dragen, zijn buiten hun functie vaak ook vader, moeder, opa, oma, oom of tante. Aan de bestuurstafel praten we over risicoacceptatie, kosten-batenanalyses, doorstroming en aantallen slachtoffers. Maar zodra het over ons eigen kind gaat, verandert ons morele kompas onmiddellijk.
Niemand zegt tegen zijn kind: een bepaald risico op overlijden hoort nu eenmaal bij efficiënte mobiliteit. We willen dat onze kinderen veilig thuiskomen. Waarom zouden we dat eenvoudige menselijke uitgangspunt niet meenemen naar de plekken waar beslissingen worden genomen?
Stel bij een besluit over een weg, kruispunt of schoolomgeving eens de vraag: “Zou ik dit veilig genoeg vinden voor mijn eigen kind?” Dat is geen sentimentele manier van beleid maken. Het is een morele stresstest. Want ieder slachtoffer is iemands kind, ouder, partner of vriend. Misschien moeten we ons professionele denken daarom juist vaker verbinden met het morele kompas dat we thuis vanzelfsprekend vinden.
Mensen maken fouten
Een belangrijk uitgangspunt van Vision Zero is dat mensen fouten maken. Altijd. We kijken een keer niet goed uit. We schatten snelheid verkeerd in. Een kind reageert impulsief. Een oudere beweegt langzamer dan verwacht. Een automobilist is even afgeleid. Een fietser ziet iemand over het hoofd.
Je kunt mensen voorlichten en aanspreken op hun verantwoordelijkheid, maar menselijke fouten verdwijnen nooit volledig. Als we dat weten, moeten we onze wegen, voertuigen en verkeersregels zó ontwerpen dat een gewone menselijke fout niet met de dood of levenslang letsel wordt bestraft. De verantwoordelijkheid voor verkeersveiligheid kan daarom nooit uitsluitend bij de individuele verkeersdeelnemer liggen. Natuurlijk hebben we allemaal verantwoordelijkheid. Maar de grootste verantwoordelijkheid ligt bij degenen die het systeem ontwerpen.
Begin bij het meest kwetsbare mens
Daaruit volgt een tweede waarde: een goed mobiliteitssysteem wordt niet ontworpen vanuit de sterkste verkeersdeelnemer, maar vanuit de meest kwetsbare. Moet een kind zelfstandig naar school kunnen fietsen? Moet een oudere veilig de straat kunnen oversteken? Moet iemand met een beperking zelfstandig aan het verkeer kunnen deelnemen? Moeten mensen kunnen lopen en fietsen zonder voortdurend bang te hoeven zijn voor de gevolgen van zware en snel bewegende voertuigen?Als het antwoord ja is, heeft dat consequenties. Voor snelheid. Voor de inrichting van wegen. Voor veilige fietspaden en kruispunten. Voor vrachtverkeer in woongebieden. Voor schoolomgevingen. Voor openbaar vervoer. En voor de ruimte die we verschillende vervoersvormen geven.
Waarden krijgen letterlijk een fysieke vorm.
Je kunt aan een straat zien welke waarden een samenleving belangrijk vindt.
Van waarden naar doelen
Daarom zou de volgorde van beleidsvorming moeten zijn:
Waarden → doelstellingen → maatregelen.
Als de waarde is dat ieder mens zich veilig moet kunnen verplaatsen, volgt daaruit dat overlijden of ernstig letsel niet acceptabel is. Dan wordt nul slachtoffers niet een mooie ambitie voor een verre toekomst, maar het uitgangspunt waarop beslissingen worden beoordeeld. Brengt deze nieuwe weg ons dichter bij nul slachtoffers? Doet deze snelheidslimiet dat? Draagt deze investering eraan bij? En waarom investeren we ergens miljoenen in doorstroming als dezelfde inrichting kwetsbare verkeersdeelnemers aantoonbaar in gevaar brengt?
Vision Zero wordt zo geen slogan, maar een besliskader.
En dan: ondernemers, kom in beweging
Maar Vision Zero is niet alleen een opdracht voor overheden. Het is óók een enorme innovatieopgave. Daarom een expliciete oproep aan ondernemers, startups, ingenieurs, ontwerpers, technologiebedrijven en investeerders:
Help Vision Zero te versnellen.
Welke technologie kunnen we ontwikkelen waardoor een gevaarlijk kruispunt zichzelf eerder verraadt? Kunnen data voorspellen waar het volgende ernstige ongeval waarschijnlijk zal plaatsvinden, zodat we ingrijpen vóórdat er een slachtoffer valt? Kunnen voertuigen kwetsbare verkeersdeelnemers beter herkennen? Kunnen slimme infrastructuur, sensoren en AI gevaarlijke situaties voorkomen? Kunnen we logistiek zo organiseren dat zware voertuigen en kwetsbare verkeersdeelnemers elkaar minder vaak ontmoeten? Kunnen we infrastructuur verbeteren? Woonwijken anders inrichten? Gedragsverandering versnellen? En kunnen we technologie ontwikkelen die niet alleen registreert hoeveel slachtoffers er gisteren vielen, maar helpt voorkomen dat ze morgen vallen? Daar ligt een enorme kans.
Nederland heeft internationaal een reputatie op het gebied van fietsen, infrastructuur, mobiliteit, technologie en ontwerp. Laten we die disciplines bij elkaar brengen rond een heldere maatschappelijke missie: nul verkeersdoden en nul ernstig gewonden. Overheid kan richting geven, doelen stellen, regelgeving aanpassen, data beschikbaar maken en als launching customer optreden. Ondernemers kunnen experimenteren, technologie ontwikkelen, opschalen en oplossingen veel sneller van idee naar straat brengen.
Vision Zero kan daarmee behalve een maatschappelijke missie ook een Nederlandse innovatiemissie worden.
Geld laat zien wat we belangrijk vinden
Maar waarden zonder middelen blijven goede bedoelingen. Wie zegt dat verkeersveiligheid prioriteit heeft, moet dat zichtbaar maken in budgetten. Hoeveel investeren we in veilige fiets- en wandelinfrastructuur? In veilige schoolomgevingen? In het opnieuw inrichten van gevaarlijke wegen? In handhaving? Maar ook: hoeveel investeren we in innovatie waarmee we verkeersveiligheid radicaal kunnen verbeteren? Begrotingen zijn misschien wel de eerlijkste beleidsdocumenten die er bestaan. Daarin wordt zichtbaar welke waarden werkelijk prioriteit krijgen.
Een gezamenlijke missie
Geen enkele minister, gemeente, provincie of ondernemer kan Vision Zero alleen realiseren. Wegbeheerders, politie, scholen, vervoerders, werkgevers, voertuigfabrikanten, technologiebedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten dezelfde richting op bewegen. En mobiliteit raakt aan ruimtelijke ordening, woningbouw, volksgezondheid, onderwijs, klimaat en sociale inclusie.
Vision Zero is daarom uiteindelijk groter dan verkeersveiligheid. Het gaat over de inrichting van onze samenleving.
De belangrijkste vraag
Misschien moeten we bij ieder debat over mobiliteit daarom één stap terug doen voordat we over oplossingen beginnen. Niet meteen vragen: welke maatregel zullen we nemen?
Maar: Welke samenleving proberen we eigenlijk te creëren?
Een samenleving waarin een achtjarige zelfstandig kan fietsen. Waar een tachtigjarige zonder angst kan oversteken. Waar een menselijke vergissing geen doodvonnis is. En waar mobiliteit vrijheid geeft zonder dat anderen daarvoor een onaanvaardbaar risico dragen. Gebruik daarbij ook het eenvoudigste morele kompas dat we hebben:
Zou ik dit systeem veilig genoeg vinden voor mijn eigen kind?
Als het antwoord nee is, hebben we werk te doen. Want we weten het allemaal: als ik vandaag deze standaard accepteer, doe ik dat mijn kinderen en iedereen waar ik om geef aan. En aan de ondernemers die dit lezen: kom met de technologie, ideeën en ondernemingskracht die ons sneller naar nul kunnen brengen.
Begin bij de waarden. Zet het doel op nul. Mobiliseer overheid, wetenschap en ondernemerschap.
Begin met waarden, en laat de maatregelen en innovaties daaruit volgen.
Reacties
Log in om de reacties te lezen en te plaatsen