Folker Pieterse (1990): “Je zít niet aan tafel, je máákt de tafel”
Foto: Femke Pieterse (2019)
Door Willem-Frederik Metzelaar (1987)
Bij Folker Pieterse (1990, JC Alligator) valt meteen op hoe naadloos zijn levensloop valt binnen het typische RSC/RVSV-verhaal, en hoe uniek die tegelijk is. Folker groeit op in Rotterdam-Zuid. Zijn vader ontwerpt de interieurs van schepen en zijn moeder is hoofd financiële administratie bij Pakhoed. Een warm gezin waarin cultuur een belangrijke rol speelt. Maar een studentenleven met daarin het Corps als vereniging was niet een voor de handliggende keuze. Zoals de oplettende lezer de afgelopen jaren wel gezien heeft in deze artikelen waaien de leden van onze studentenvereniging op allerlei manieren richting de Robert Baeldestraat.
Na het Erasmiaans Gymnasium ligt het voor de hand om in Rotterdam te blijven studeren. En zo start Folker in 1990, zoals ieder van ons, met de vorming van een jaarclub: JC Alligator. ‘Goed gebekt en altijd kaal’ is het clubmotto. Een hechte club die tot op de dag van vandaag elkaar nog steeds met grote regelmaat ziet en spreekt. De band met de studentenvereniging start voor Folker door president te worden van de administratiecommissie, die de administratie voor de eerstejaars vorm geeft, samen met de penningmeester van de Senaat. Hij werkt daarmee samen met de Senaat aan de eerste automatiseringsslag. Wat concreet betekent dat hij eigenhandig het hele eerstejaarsbestand moet intikken.
Hij studeert Economie en kiest voor de richting Financiële Economie, met een academische breedte die kenmerkend voor hem is gedurende zijn hele loopbaan als bankier en investeerder: monetair, algemeen wiskundig, statistiek, financiering.
In zijn derde jaar vertrekt hij naar de London School of Economics. Wat een half jaar moet worden, verandert in 18 jaar. Londen blijkt voor Folker ‘the place to be’. En het leven gaat dan ook in een stroomversnelling. Nog tijdens de studie wil hij een beetje meer gevoel krijgen met de wereld van financiering, investeringsfondsen en banken. En dus (…) solliciteert hij bij een aantal van die instituties. “Het was meer voor de grap dan echt serieus”, zegt hij er nu over. Zo solliciteert hij ook bij Morgan Stanley. En tot zijn grote verbazing krijgt hij daar een baan aangeboden. Waar hij niet meteen op ingaat. Van het dan geboden salaris kan je in Londen marginaal leven en dat is niet helemaal de bedoeling.
In diezelfde tijd ontmoet hij een hele leuke vrouw die haar studie in Amsterdam heeft voltooid. En bedenkt Folker dat het wel heel leuk moet zijn om samen in Londen te werken. Deze dame heeft ook interesse in de financiële wereld. Maar ja, hoe krijg je dat voor elkaar? Die leuke vrouw veroveren en in Londen houden, en wel een beetje ‘op stand’. Folker: “Ik heb haar verteld dat ik een bijzondere hobby had. Namelijk Britse kastelen. Dat ik daar veel van afwist en heel toevallig dat weekend op kastelenbezichtiging ging waarbij ik op zondag ook nog naar een polowedstrijd zou gaan. Dat laatste was volledig ongelogen. Dus snel naar de bibliotheek om twee boeken over Engelse kastelen te lenen en een reisje uit te zetten langs een paar mooie exemplaren in de buurt van Londen. En dat werkte want die zondagmiddag kreeg ik mijn eerste zoen”.
“Maar er moest natuurlijk nog een baan komen, niet alleen voor haar maar ook voor mij. Dus ben ik teruggegaan naar Morgan Stanley en heb aangegeven dat ik toch wel interesses had in die baan die ze mij hadden aangeboden. Je kunt je voorstellen dat ze niet bovenop de tafel sprongen van geluk dat ik terugkwam op mijn aabod. Maar na wat heen en weer gesteggel kreeg ik uiteindelijk toch die positie in het Merger- and Acquisitionteam. En dat meisje kreeg ook een baan. Zo konden we samen in Londen blijven wonen en onze carrières starten”, vertelt Folker grinnikend. “Inmiddels zijn we sinds die tijd gelukkig getrouwd en wonen we met drie kinderen in het mooie Bloemendaal. De oudste twee studeren en zijn ook lid van het RSC/RVSV.”
Werkend in Londen sluit hij zich aan bij de Hermeskring London, en loopt daar Dick van den Broek (1955) tegen het lijf. Dick is net begonnen met het opzetten van een ‘Londen Diner’ op de Reform Club, een vooraanstaande club aan het statige Pall Mall. En omdat het heel leuk is om daar te zijn en om de Rotterdammers die in Londen werken te ontmoeten, wordt Folker een vaste bezoeker en animator van het ’Londen Diner’. “Wat ik in mijn Corpsjaren geleerd heb, is dat je niet aan tafel zít, maar dat je de tafel ‘máákt’; je zet je actief in om er iets gezelligs en dynamisch van te maken. Je interesseert je in de ander en je maakt plezier. Met Dick aan het hoofd zat dat wel goed!”
Hij komt erachter dat de Senaat, die ieder jaar naar het Londen Diner komt, het wel gezellig vindt om na het eten nog even de stad in te gaan. Dicht bij de Reform Club is een beruchte nachtclub, dus het is inmiddels een traditie geworden daarnaartoe te gaan. “Ik heb er een VIP-pas bij deze bedenkelijke nachtclub aan overgehouden!”
Wanneer Folker met gezin na verloop van tijd naar Nederland vertrekt, is het dan ook heel logisch dat hij de Hermeskring Londen vertegenwoordigt bij de toenmalige oud-ledenvereniging Vereniging Hermes. Naast zijn actieve rol bij de Hermestafel, inmiddels Walhalla-tafel, op de Koninklijk Industrieele Grootte Club in Amsterdam. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat deze actieve man gevraagd wordt om in het bestuur van Vereniging Walhalla plaats te nemen als Commissaris Activiteiten. Een van de taken van deze commissaris is het organiseren van het Corpsdiner. En dan tevens fungeren als ceremoniemeester.
Het Corpsdiner is een van de oudste tradities van onze studentenvereniging. Sinds het eerste diner op 11 december 1913. vindt dit diner ieder jaar doorgang. Vereniging Walhalla, de studentenvereniging RSC/RVSV en Folker in het bijzonder zetten hiermee een lange traditie voort. “Iedere ceremoniemeester zet zijn eigen accenten op het diner. Hij blijft voortbouwen op wat zijn voorgangers hebben opgezet”, vertelt Folker. “Het Corpsdiner is ontstaan vanuit de traditie van het RSC. Maar toen de verenigingen RSC en RVSV samengingen en hun oud-ledenverenigingen ook fuseerden heeft het toenmalige bestuur van Vereniging Hermes besloten dat het Corpsdiner vanaf dat moment in de geest van samenwerking en eenheid moest staan. Vanaf dat moment was het Corpsdiner een gemengd diner. Het was het jaar van Amber Schothorst (2014), toentertijd de eerste vrouwelijke RSC/RVSV-president, waarin het diner toegankelijk werd voor vrouwen. Een nieuwe periode voor dit aloude instituut was ingegaan.”
Na Marguerite Soeteman-Reijnen (1986) die enige jaren geleden de eerste vrouwelijke gastspreker was, zal dit jaar aan het 108ste Corpsdiner aantreden de jongste spreker ooit. Folker heeft Simon van Teutem (2016) – auteur van het veelbesproken boek De Bermudadriehoek van Talent - uitgenodigd om het woord tot de aanwezigen te richten. Een andere verandering die over de jaren langzaam maar zeker plaatsvindt is de verjonging van de aanwezige deelnemers. Ook dit jaar zullen er weer meer jongeren de 120 stoelen van het diner bezetten. En zal de zaal zich met hun gemengde stemmen - man en vrouw - en vrolijk gelach vullen. Folker kijkt uit naar een mooie avond in de Schoonste der Zalen.
-o-
Reacties
Log in om de reacties te lezen en te plaatsen